Alle geplaatste berichten ( max. 12 maanden )

verbinding OK
NVOG en KNVG samen naar Koepel Gepensioneerden 03.January.2020
klik hier voor de volledige tekst

bron: BPPol

Bulletin 2019-9: Kortingen 2020 van Tafel!!! 26.November.2019
De dreigende kortingen op ABP-pensioenen is voor 2020 van Tafel.

klik hier voor de volledige tekst

bron: BPPol

Bulletin 2019-8 ABP-bestuur in onze Algemene Vergadering 03.November.2019
klik hier voor de tekst

bron: BPPOL

Bulletin 2019-7 29.October.2019
klik hier voor de tekst

bron: BPPol

Memo: Ons pensioenstelsel verdient beter 28.October.2019

De eerste helft van dit jaar zijn de vermogens van de Nederlandse pensioenfondsen met 161 miljard euro toegenomen (cijfers DNB). Dat is een stijging met meer dan 12 procent. Dat lijkt goed nieuws voor de pensioendeelnemers en dat is het ook. Het is een forse bijdrage aan ons pensioenstelsel dat in 2018 een bedrag van bijna 31 miljard uitkeerde aan 3,3 miljoen pensioengerechtigden. Omdat de pensioenfondsen in datzelfde jaar een bedrag van ruim 33 miljard aan premie ontvingen, kan deze hele vermogenswinst worden toegevoegd aan de bestaande pensioenvermogens die eind vorig jaar 1322 miljard bedroegen. Aangezien pensioenfondsen nog steeds meer premie ontvangen dan zij uitkeren, bestaat ons pensioenstelsel op dit moment feitelijk uit een goed gefinancierd omslaggedeelte met daarnaast een jaarlijkse toename van de kapitaaldekking die daar gemiddeld ver bovenuit gaat.

Door de instroom van premies en inkomsten uit het belegde vermogen (rente, dividenden, etc.) zal het zeker nog vele jaren duren voordat de pensioenfondsen een negatieve cash-flow zullen hebben. En dan nog zullen de fondsen een omvangrijke buffer achter de hand hebben (momenteel al 48 keer de in 2018 uitgekeerde pensioenen) waaruit de pensioenen verder kunnen worden gefinancierd. Deze situatie is uniek in de wereld. Er is geen enkel ander land dat zoveel pensioenvermogen per inwoner heeft opgebouwd als ons land. En toch lezen we dagelijks in de krant dat onze pensioenfondsen in grote moeilijkheden verkeren. Veel pensioenfondsen beraden zich volgens de media op ingrijpende kortingen die volgens de bestaande rekenregels meer dan nodig zouden zijn.

Gevolgen van dalende rentes

Hoe kan het nu dat er zoveel geld is, dat er nog steeds zoveel geld door de pensioenfondsen wordt verdiend en er toch zulke grote problemen zijn? Als het niet aan het geld ligt, waar ligt het dan wel aan? Heel simpel: het ligt onder meer aan de huidige rekenregels die tot in extremis worden aangehouden. In 2006 heeft de politiek besloten dat de pensioentoezegging voortaan nog veel sterker moest worden gegarandeerd. Voor jong en oud zou de pensioentoezegging voor 97,5% moeten worden zeker gesteld. En tegenwoordig wordt in de discussie al snel gesproken over volledig gegarandeerde toezeggingen. Die garanties zijn vervolgens vertaald naar de huidige rekenregels. De pensioenfondsen mogen volgens deze regels van de pensioenwet voor hun toekomstige rendementen alleen maar rekenen met volledig risicovrije opbrengsten. Hiervoor wordt de zogenaamde euroswaprente gebruikt (de rente die banken onderling verrekenen). En daar begint het probleem.

De renteopbrengsten van staatsleningen (en daarmee de euroswaprente) zijn de afgelopen jaren zeer sterk teruggelopen. Momenteel is er zelfs sprake van negatieve rentes. Daardoor moeten de pensioenfondsen nu rekenen met een verwacht rendement van vrijwel nul en de kans bestaat dat de fondsen binnenkort van negatieve rendementen moeten uitgaan. In het theoretische geval dat de komende 50 jaar de pensioenfondsen conform de gehanteerde rekenregels geen enkel rendement meer zullen maken, is er inderdaad bij een groot aantal pensioenfondsen onvoldoende geld om aan hun toekomstige verplichtingen te kunnen voldoen. Vandaar dat er tal van fondsen op deze basis een dekkingsgraad hebben onder de 100 procent. En er daarom gekort moet worden. Dat is echter om twee redenen niet verstandig.

Onnodig korten is niet verstandig

Ten eerste hebben de Nederlandse pensioenfondsen sinds het begin van de jaren negentig, na de liberalisering van de kapitaalmarkten, jaarlijks een gemiddeld rendement gemaakt van ongeveer 7 procent (na aftrek van alle kosten). Nu zeggen resultaten van beleggingen uit het verleden inderdaad weinig over de toekomst, maar de omslag naar een verwacht rendement van 0 procent is wel erg groot. Zeker als we weten dat de meeste pensioenfondsen in ons land maar beperkt in staatsleningen beleggen. Over het algemeen wordt het merendeel van de pensioenvermogens aangehouden in aandelen, vastgoed, grondstoffen, private equity, hedgefondsen en andere zakelijke waarden. Er moet immers rendement worden gemaakt. En van het deel dat in vastrentende waarden wordt belegd, wordt het grootste deel in bedrijfsleningen geïnvesteerd. Staatsleningen maken over het algemeen slechts een beperkt deel van de portefeuille uit. Maar op het rendement van dit beperkte deel rekenen we volgens de huidige rekenregels wel de hele portefeuille af.

De tweede reden heeft te maken met het politieke uitgangspunt. De bedoeling was om de pensioenen zo zeker mogelijk te maken. Maar precies het omgekeerde is gebeurd. Er zijn in ons land nog maar heel weinig mensen te vinden die geloven dat zij een gegarandeerd pensioen hebben. Dat geloof is echt wel verdwenen. De indexatieachterstand ligt bij veel fondsen tussen de 15 en 20 procent en met de komende kortingen erbij zal die achterstand aanzienlijk, zo niet zeer aanzienlijk oplopen. Met dit soort resultaten is het helder dat het vertrouwen van de Nederlandse bevolking in ons pensioenstelsel met rasse schreden achteruit is gegaan.

Pensioenambitie uit zicht

De pogingen om ons pensioenstelsel steeds zekerder te maken hebben derhalve geleid tot een buitengewoon onzeker pensioen. Terwijl toch het hoofddoel van prudentieel toezicht volgens artikel 45 van de Europese Pensioenrichtlijn is: “het beschermen van de rechten van deelnemers en pensioengerechtigden en het garanderen van de stabiliteit en de soliditeit van de pensioenfondsen”. Maar in werkelijkheid gebeurt voor de deelnemers in ons land met de huidige rekenregels het tegenovergestelde. De optredende onzekerheid geldt niet alleen voor ouderen, maar ook voor jongeren. De komende aanpassingen (Pensioenakkoord, commissie-Dijsselbloem) leiden er toe dat bij de bepaling van pensioenpremies eveneens uitgegaan moet worden van het vrijwel ontbreken van enig rendement in de toekomst. Het is helder dat dit gaat leiden tot zeer forse premiestijgingen. Zeker bij die pensioenfondsen die tot nu toe voor de premieberekeningen met een (beperkt) verwacht rendement rekening hebben gehouden. Volgens uitspraken van pensioenvertegenwoordigers in de media zal deze aanpassing waarschijnlijk tot premiestijgingen gaan leiden die liggen tussen de 10 en 30 procent.

De kans dat de premies met dergelijke percentages gaan stijgen, lijkt gering. Daarvoor is bij de meeste werkgevers niet de financiële ruimte aanwezig, terwijl het vaste premieplafond van 27 procent de mogelijkheden verder beperkt. Bij deze veronderstellingen zullen nogal wat pensioenfondsen de opbouw ‘dramatisch’ moeten verlagen, aldus een rondgang van het vakblad PensioenPro.1 Dat betekent dat de doelstelling uit het Pensioenakkoord dat deelnemers na 40 dienstjaren een pensioen van 75 procent middelloon hebben opgebouwd, bij lange na niet wordt gehaald. Eerder zal het pensioen na 40 opbouwjaren vermoedelijk op gemiddeld 60 procent van het middelloon uitkomen.

Deze uitkomsten zijn bovendien gebaseerd op het maximaal toegestane opbouwpercentage. Bij nogal wat pensioenregelingen ligt het jaarlijkse opbouwpercentage daar vaak onder. Voorts is het zo dat het grootste deel van de deelnemers minder dan 40 dienstjaren heeft en dus ook minder dan dit maximale pensioen opbouwt. En daarnaast ligt het uiteindelijke eindloon waarmee deelnemers met pensioen gaan, afhankelijk van het carrièreverloop, boven het middelloon. Als we met deze factoren rekening houden, dan zou de verwachte pensioenuitkomst voor de jonge deelnemers rond de 30 à 35 procent van het eindloon uitkomen. Dat is dan het perspectief wat we de jongeren in de toekomst gaan bieden.

Deelnemen niet aantrekkelijk

Veel jongeren zullen zich dan ook de (terechte) vraag stellen waarom men in een dergelijk pensioenstelsel mee zou willen doen. Waarom zouden jongere deelnemers inleggen in een pensioenstelsel dat als uitgangspunt heeft dat men de komende 50 jaar geen enkel verwacht rendement mag verdisconteren? Dat daardoor leidt tot een onnodige reductie bij de pensioenopbouw, zodat het uiteindelijke pensioen veel lager uitvalt. Wie heeft er zin om mee te doen met een stelsel waar al zolang over wordt gesoebat, maar dat uiteindelijk zo weinig pensioen uitbetaalt? Hoe kunnen we zo’n stelsel nog verplicht stellen? Zulke vooruitzichten zetten de bijl aan de wortels van ons pensioenstelsel. Niet voor niets wordt vanuit diverse kanten dan maar aangedrongen op het overgaan naar individuele pensioenen. Maar dat lost het probleem niet op.

De kracht van het pensioenstelsel

De kracht van ons pensioenstelsel zit niet in allerhande theoretische zekerstellingen, rekenrentes of andere opbouwsystemen. De kracht van ons stelsel zit in de collectieve beleggingsstrategie en de daarbij behorende rendementen. In het feit dat ons pensioengeld gezamenlijk wordt belegd, waardoor we wereldwijd kunnen investeren. Zodat de risico’s over tal van beleggingscategorieën, sectoren en landen kunnen worden gespreid. En we deze risico’s, goed ingekaderd, ook adequaat kunnen beheersen. De goede rendementen uit het verleden tonen dit aan. Dat is niet opeens zomaar verdwenen.

1 PensioenPro, 10 oktober 2019, “Premieplafond van 27% is een verkapte bezuiniging”. In dit artikel wordt aangegeven dat volgens verschillende pensioenfondsen een verwacht rendement van vrijwel nul procent en een premieplafond van 27% leidt tot een ‘dramatische’ daling van de pensioenopbouw. Zo zou volgens het Philips pensioenfonds het jaarlijkse opbouwpercentage dalen van 1,85% naar 1,09%.

De kans dat dergelijke rendementen op individuele basis zullen worden bereikt, is heel klein. Uitzonderingen daargelaten, ontbeert het de individuele belegger aan de gespecialiseerde kennis en vooral aan de marktkracht van grote institutionele beleggers waardoor niet alleen zijn rendementen lager zullen uitkomen, maar ook zijn kosten veel hoger zullen uitpakken. Bij een individuele route komt het ‘zekere’ pensioen alleen nog maar verder weg te liggen. Zie de vele treurige voorbeelden uit het buitenland. Dat is niet wat wij in Nederland verstaan onder een daadwerkelijk solide pensioenstelsel.

Schets van een oplossing

Wat zou een oplossing kunnen zijn? Als we accepteren dat pensioenuitkeringen altijd aan een bepaald risico onderhevig zullen zijn omdat nu eenmaal het overgrote deel van de pensioenuitkomst afhankelijk is van onzekere beleggingsopbrengsten, dan is het ook redelijk dat risico deels in te prijzen. Immers het huidige pensioencontract is op zichzelf al onzeker en die onzekerheid zorgt ervoor dat de verplichtingen kunnen worden verdisconteerd met rendementen die hoger zijn dan de risicovrije rente. Belangrijk is dat in het pensioencontract duidelijker een redelijke verhouding wordt vastgelegd tussen risicoprofiel van de pensioenaanspraak en het rendementsprofiel van de beleggingen. Dat betekent dat de mogelijkheid tot kortingen van pensioenen altijd aanwezig blijft. Maar wel meer op basis van de feitelijke omstandigheden en niet louter op basis van onrealistische veronderstellingen. Natuurlijk bestaat het pensioencontract uit nog veel meer elementen dan alleen deze relatie, maar dit zijn wel zeer relevante elementen inzake de huidige pensioendiscussie. Vanuit deze gedachtegang zou bijvoorbeeld het verwachte rendement uit twee componenten kunnen bestaan. Voor een deel gebaseerd op de risicovrije rente en voor een ander deel gebaseerd op de gerealiseerde rendementen. Voor het gerealiseerde deel kan het (voortschrijdende) gemiddelde rendement van het betrokken pensioenfonds van de afgelopen tien jaar worden gehanteerd. Het aldus verwachte rendement zou dan periodiek per pensioenfonds kunnen worden berekend. Om (te) grote uitslagen te voorkomen, zou verder een ondergrens en een bovengrens kunnen worden vastgesteld. Binnen deze bandbreedte zou dan het aldus becijferde verwachte rendement fluctueren. De verschillende parameters (gewichten, grenzen) zouden door een commissie van deskundigen kunnen worden bepaald en voor lange tijd moeten worden vastgelegd. Bij een dergelijke benadering moet er uiteraard goed op worden gelet dat de pensioenfondsen wel binnen de afgesproken (en door de toezichthouder goedgekeurde) risicokaders blijven. En niet door (te) agressief te beleggen proberen het verwachte rendement tijdelijk te verhogen. Verder zal uiteraard naar de mogelijke transitieproblematiek moeten worden gekeken. Het is belangrijk dit type afspraken goed vast te leggen in het te hanteren risicobeleid van de pensioenfondsen. Verder is het van belang dat de gehanteerde bandbreedte niet te groot wordt. We moeten niet te pessimistisch zijn, maar ook niet te optimistisch.

Voordelen van deze oplossing

Staat dit voorstel een bredere hervorming van het pensioencontract in de weg? Zeker niet, integendeel, het kan er een onderdeel van zijn en een goede basis bieden voor een verdere, brede pensioenhervorming. In samenhang met de AOW, de omgang met oude en nieuwe pensioenrechten, de indexatie perspectieven en andere aanpassingen. Creëren we met dit voorstel geen generatieconflict, zoals zo vaak wordt beweerd? Je zou zeggen van niet. Want als we naar de huidige situatie kijken, is met het geld van de oudere deelnemers de afgelopen tientallen jaren een rendement gemaakt van gemiddeld 7 procent per jaar, terwijl voor de jongere deelnemers, conform de huidige regels, een verwacht rendement in de toekomst wordt aangehouden van 0 procent. Wie subsidieert bij dit soort uitgangspunten nu eigenlijk wie? Wordt er soms niet (te) snel beweerd dat iedere uitkering uit het pensioensysteem ten koste gaat van de jongere deelnemers? Wat overigens wél ten koste zal gaan van de jongere deelnemers is de komende toepassing van de huidige rekenregels bij de premiebepaling waardoor hun pensioenaanspraken aanmerkelijk omlaag zullen gaan. Met die zekerheid worden ze in ieder geval geconfronteerd.

Gaan we met dit voorstel over het verwachte rendement niet internationaal uit de pas lopen? Nee, want als we om ons heen kijken, zien we dat in tal van landen met omvangrijke pensioensystemen (Canada, Denemarken, Verenigd Koninkrijk, Australië) de pensioenfondsen met hogere verwachte rendementen werken dan in ons land. En ook de Europese Pensioenrichtlijn (IORP II) laat expliciet de ruimte aan lidstaten om deze bepleite methodiek te volgen.2 Wijken we met dit voorstel af van andere, vergelijkbare nationale regelgeving? Ook dat lijkt niet aan de orde te zijn. En voor zover dat het geval zou zijn, zal een dergelijk voorstel alleen maar prudenter uitpakken. Het is immers zeker niet de bedoeling om de nieuwe regelgeving te volgen inzake box 3 waarin wordt verondersteld dat particuliere beleggers in de toekomst een verwacht rendement op zakelijke waarden gaan maken van 5,33 procent. Met dit voorstel kan het huidige pensioenbeleid worden omgebogen naar een meer realistisch perspectief. Vasthouden aan het bestaande beleid leidt tot uitkomsten die het omgekeerde inhouden van datgene dat oorspronkelijk werd beoogd. Zowel waar het gaat om kortingen bij de pensioenen als bij de opbouw van pensioenrechten. En dat werkt niet. We kunnen alleen maar vertrouwen herstellen als de werkelijkheid aansluit bij de aspiraties en andersom. Bij de vooruitzichten moet op realistische wijze, dus prudent en in redelijke verhouding tot het werkelijke risico in de pensioenaanspraak, meer ruimte worden geboden aan de feitelijke rendementen van de pensioenfondsen. En niet het hele stelsel almaar blijven ophangen aan de risicovrije rente. Inhoudelijk biedt het huidige pensioencontract die ruimte en ook een nieuw contract moet dat liefst nog helderder doen. Anders rekenen we onszelf alleen maar verder de put in. Ons pensioenstelsel en zijn miljoenen deelnemers verdienen beter.

2 Artikel 13, lid 4 onder b) van IORP II stelt: “Bij de bepaling van die prudente rentepercentages wordt rekening gehouden met: i)het rendement van de overeenkomstige activa die door de IBPV worden beheerd en met de verwachte beleggingsopbrengsten; ii)de marktrendementen van kwalitatief hoogwaardige obligaties, staatsobligaties, obligaties van het Europese Stabiliteitsmechanisme, obligaties van de Europese Investeringsbank (EIB) of obligaties van de Europese faciliteit voor financiële stabiliteit, of iii) een combinatie van i) en ii). bron: BPPol

Bulletin 2019-6 20.October.2019
Bulletin nr.6klik hier voor de tekst

bron: BPPol

dekkingsgraad politiek 14.July.2019
Toelichting van de minister SZW over de dekkingsgraad en ontwikkelingen op het pensioengebeid. Een lastige materie. Complex en deels in een jargon waarin we maar moeilijk de weg vinden. Toch aan te bevelen om aan te klikken en te lezen. KLIK AAN bron: SZW rijksoverhe
Petitie INDEXERING 01.May.2019

De actuele problematiek van het achterblijven van indexering en wellicht het korten van pensioenen komt voort uit de kramp over een nieuw pensioenstelsel.

Iedereen praat daarover mee behalve gepensioneerden.
Een gepensioneerdenactie op 18 maart 2019 gaf al aan dat het onderwerp bij actieven en post-actieven duidelijk leeft.

In de klassieke verhoudingen dienen werkgevers- en werknemersorganisaties elkaar te vinden - tot een compromis te komen voor een nieuw stelsel. Dat lukt niet. Veel gepensioneerden voelen zich niet vertegenwoordigd door de werknemersorganisaties(de vakbonden). Vakbonden hebben in de eerste plaats rekening te houden met hun actieve leden.

Het is hoogste tijd dat gepensioneerden zich zelfstandig organiseren en zich laten horen.

De eerste stap daartoe is het ondertekenen van een petitie die daarvoor is opgezet. Dat kan via het internet: klik aan of via een schriftelijke verklaring. TEKEN de PETITIE. Onze leden zonder internetaansluiting krijgen via de post een voorbeeldexemplaar toegestuurd. bron: NVOG - BPPol

Pensioendebat instructieve film 24.April.2019
Pensioen begrippen uitgelegd.

Aangeboden door vakcentrale VPC:

Als vakcentrale hebben wij tijdens en ook na de pensioenonderhandelingen onze stem laten horen. Om aandacht te blijven vragen voor onze standpunten heeft de VCP nu iets bijzonders gedaan: we hebben een film gemaakt. Wij vinden het belangrijk dat iedereen kennis kan nemen van wat wij als VCP belangrijk vinden in het pensioendossier.

Wij bieden u de film hierbij graag aan. De film bestaat uit een vlotte dialoog tussen onze pensioendeskundigen Ruud Stegers en Jacqueline van Langeraad. Zij zetten helder uiteen waar de grote pijnpunten zitten, die onderbelicht blijven in het pensioendebat, zoals een goed pensioencontract, een goede pensioenopbouw en compensatie voor afschaffing van de doorsneesystematiek.

Waarom een film? Het idee ontstond na de acties op 18 maart, die door de aanslag in Utrecht werden afgeblazen. De VCP zou die dag een bijdrage leveren aan de pensioencursus op het Malieveld. Het scenario dat Ruud en Jacqueline hadden bedacht, is uiteindelijk omgezet in een video.

Wij zouden het fijn vinden als u de film wilt verspreiden en delen op social media. Want onze standpunten doen ertoe! Om het u makkelijk te maken hebben wij een conceptbericht opgesteld (zie bijlage), dat u op uw eigen website kunt plaatsen. Uiteraard staat het u vrij de tekst te redigeren. Mocht u nog vragen hebben, dan kunt u contact opnemen met onze voorlichter Sal Stam.

De film is tevens aangeboden aan de media. Het bijbehorende persbericht is in een aparte mail aan de VCP-organisaties aangeboden. U kunt de film door de eerste regel van dit bericht aan te klikken.

Dank voor nu, en wat ons betreft veel kijkplezier. Met vriendelijke groet,
Nic van Holstein, Voorzitter Vakcentrale voor Professionals

bron: VCP CMHF

terugblik op actiedag pensioenen 18 maart 2019 18.March.2019
Ouderen-verenigingen met 300.000 leden, NVOG en KNVG werden uitgenodigd mee te doen aan de acties die bekend werd onder de naam Pensioendag-actie
BPPol maakt deel uit van de NVOG.

BPPol heeft zijn leden opgeroepen om de actie op het Malieveld en elders te steunen vanuit de NVOG gedachte.
Doordat de NVOG een van de eisen van de FNV niet ondersteunde is er geharrewar ontstaan tussen organisator en NVOG. De NVOG kreeg niet de ruimte de boodschap exclusief voor gepensioneerden over het voetlicht te brengen.

De NVOG besloot op vrijdag 15 maart zijn medewerking terug te trekken. Dat is mede door het tussenliggende weekeind slecht gecommuniceerd met de leden. Onduidelijkheid en ontevredenheid al om. Jammer, Jammer, Jammer, Jammer;

Door het schietincident in de tram in Utrecht, waarbij vier doden waren te betreuren, werd de actie afgeblazen. Dat was voor de actie-dag een vreemde ongebruikelijke afsluiting.

Vakbonden voeren actie voor pensioen-opbouw, niet voor gepensioneerden. bron: BPPol

ACTIEdag Pensioenen 18 mrt 14.March.2019
Op 18 maart 20-19 worden in verschillende steden demonstratieve acties georganiseerd, waarbij de pensioenproblematiek een belangrijke factor is. Zie de BPPol-Nieuwsbrief EXTRA bron: BPPol
Pensioenplannen 06.February.2019

Er waait nogal wat stof op bij het bekend worden van de kabinetsplannen om dan maar zonder sociale partners aan de slag te gaan met het vernieuwen van het pensioenstelsel.
We hebben dat al eerder meegemaakt namelijk toen Kamp als minister van SZW het Pensioenakkoord dat hij zelf had opgesteld doordrukte. De sociale partners konden het niet eens worden over een in het geheim opgesteld eigen Pensioenakkoord. Toen dit gelekt naar buiten kwam ontstond binnen de FNV een behoorlijke rel tussen de diverse bonden met als gevolg een herstructurering. Kamp was er snel bij en pikte er de het kabinet conveniërende stukken uit en vulde die aan met eigen (VVD) ideeën. Dit Pensioenakkoord is onder druk door de sociale partners aanvaard en is dus het huidige en vigerende Pensioenakkoord.
Zo gaat dat als de politiek zich er mee bemoeit en de geschiedenis herhaalt zich.

brief aan de Tweede Kamer van Koolmees ophalen brief (Pdf)

10 Puntenplan Minister Koolmees mist prioriteitstelling en draagvlak.

zie het persbericht van de NVOG

zie het persbericht van Koolmees

Uitgebreide reactie vakcentrales:

In zijn pensioenbrief aan de Tweede Kamer gaat minister Koolmees volledig voorbij aan de zorgen van werkende mensen en gepensioneerden. Hij rept met geen woord over dreigende pensioenkortingen voor miljoenen mensen en de grote moeilijkheden van werkenden om de stijgende AOW-leeftijd te halen. De minister negeert bovendien het ultimatum van de bonden, waarin ze extra geld vragen voor het oplossen van de problemen en acties aankondigen.

Dat zeggen de vakbonden FNV, CNV en VCP in een eerste reactie. Voor miljoenen mensen dreigen eind dit jaar kortingen op hun pensioenuitkering of hun pensioenopbouw. Voor de honderdduizenden mensen met zwaar werk, in ploegendiensten en in hoog-risicoberoepen is nog steeds niets geregeld: zij halen nu al nauwelijks gezond hun pensioen en zien de AOW-leeftijd steeds verder stijgen. En als de bonden in sectoren, bedrijven en instellingen voor deze groepen afspraken willen maken over eerder stoppen, dan wordt het grootste deel daarvan afgepakt door de belastingdienst in de vorm van een RVU-boete. Daarmee is een eerlijke regeling bijna onmogelijk.

FNV: ‘Klap in het gezicht’
Tuur Elzinga (vicevoorzitter FNV): ‘Ik ervaar deze brief als een klap in het gezicht van werkende mensen en gepensioneerden. Ook nu het economisch goed gaat, wil dit kabinet nog steeds geen geld uittrekken om deze grote maatschappelijke problemen aan te pakken. Sterker nog, het kabinet bezuinigt sinds de afgelopen crisis elk jaar meer op de AOW. Intussen is dat al 3 miljard op jaarbasis. Daarom zeggen wij: bevries de AOW-leeftijd en schrap de RVU-boete!’ Het enige wat over de AOW-leeftijd in de brief staat, is dat er een onderzoek komt naar de houdbaarheid van de zogenaamde 1-op-1-koppeling. Dit is de afspraak dat elk jaar stijging van de levensverwachting, ook moet leiden tot één jaar langer doorwerken. Koolmees komt hiermee tegemoet aan een wens van de Tweede Kamer, die uitgezocht wil zien wat de effecten hiervan zijn. Volgens de bonden zijn die effecten allang zichtbaar in de praktijk, en moet het kabinet nu snel met financiering komen om mensen uit de problemen te helpen.

CNV: ‘Kabinet zit op dwaalspoor’
Wat wel in de brief staat, schiet de bonden volledig in het verkeerde keelgat. Zo wil het kabinet aan de slag gaan met invoeren van persoonlijke pensioenpotjes. De bonden zijn hier faliekant tegen, omdat het leidt tot pech- en gelukgeneraties en bovendien de totale pensioenopbrengst voor iedereen gemiddeld ruim 8 procent verlaagt. Ook wil het kabinet een begin maken met afschaffen van de doorsneesystematiek bij pensioenfondsen. De bonden waarschuwen dat dit voor veel van de huidige werkenden een flink lager pensioenresultaat oplevert en dat dit zonder adequate compensatie absoluut onaanvaardbaar is. Het is nog totaal onduidelijk hoe het kabinet deze compensatie wil realiseren. Arend van Wijngaarden (voorzitter CNV): ‘Minister Koolmees zit nu volstrekt op een dwaalspoor met zijn plan om terug te willen naar de individuele pensioenpotjes uit het regeerakkoord. Daarmee raakt een koopkrachtig pensioen verder uit het zicht dan ooit. Laat de minister en dus het gehele kabinet daarom tot inkeer komen en terugkeren naar de onderhandelingstafel met een echt serieus aanbod. Zo niet, dan heeft het kabinet Rutte III de pensioenkortingen van miljoenen Nederlanders op zijn geweten.’

VCP: ‘Dit is geen handreiking’
VCP-voorzitter Nic van Holstein: ‘Het kabinet drukt met deze brief haar zin door op gebied van pensioenen. De rekening dreigt zo voor de pensioendeelnemers te komen. Dat is natuurlijk volstrekt onacceptabel. De doelstelling van een goed pensioen raakt zo uit het zicht. Het kabinet komt bovendien op geen enkele wijze tegemoet aan onze eisen in het ultimatum. Deze brief kan ik niet als handreiking beschouwen.’

FNV, CNV en VCP voeren de komende weken in het hele land actie voor een goed pensioen voor iedereen, met als voorlopig hoogtepunt een landelijke actiedag op maandag 18 maart. Inzet zijn drie eisen: Werkenden moeten op tijd kunnen stoppen. De AOW-leeftijd moet worden bevroren en de boete op eerder stoppen moet van tafel Indexatie voor elke generatie. Wij willen een koopkrachtig pensioen Een goed pensioen voor iedereen (ook voor flex en zzp). De vakcentrales komen nog z.s.m. met een uitgebreidere reactie op de brief, gericht aan de minister en de Tweede Kamer. bron: NVOG en rijksov